Hars & branders

Maak een reproduceerbare wierook-proefbatch

Schrijf genoeg op om dezelfde tien gram volgende week opnieuw te maken. Een vaag recept kan niet eerlijk worden verbeterd.

Geef iedere proefbatch een code en noteer ingrediënten in grammen, toegevoegd water, vormgewicht, drooggegevens en brandresultaat. Je hoeft geen laboratoriumboek te bouwen. Eén duidelijke pagina per tien gram is genoeg, zolang je niet vertrouwt op “ongeveer hetzelfde als vorige keer”.

Een geslaagde kegel zonder notities is een toevalstreffer. Een mislukte batch met goede notities is informatie: je weet welke combinatie je niet ongewijzigd hoeft te herhalen.

Gebruik een batchcode die je kunt terugvinden

Een eenvoudige code bevat datum en versie, bijvoorbeeld 260806-A. Maak je dezelfde dag een bewuste wijziging, dan wordt die 260806-B. Zet de code op je logblad, drooggroep en bewaarpot.

Gebruik geen geurnaam als enige code. “Bosmix” zegt niets over versie, verhouding of datum. De naam mag erbij, maar de technische code houdt verschillende pogingen uit elkaar.

Leg de droge formule exact vast

Noteer ieder ingrediënt met naam, leverancier of eigen grondstofcode en gewicht. Schrijf zowel percentage als gram op. De Mixmaker rekent percentages om en controleert of de droge formule honderd procent is.

Maak voor kleine batches geen afrondingen die je weegschaal niet aankan. Kan je apparaat alleen 0,1 gram meten, schrijf dan geen 0,07 gram op alsof dat werkelijk is afgewogen. Pas batchgewicht of formule aan zodat de meetstappen uitvoerbaar blijven.

Water hoort op een aparte regel. Schrijf hoeveel je in totaal toevoegde en hoe: bijvoorbeeld vier stappen, met twee minuten rust na de tweede stap. Noteer ook correcties met extra droge mix.

Beschrijf het deeg en de vorm concreet

“Voelde goed” is te vaag. Noteer waarneembaar gedrag: kruimelt bij rollen, blijft schoon van vingers, glanst nat, scheurt aan de rand of zakt na vijf minuten uit. Zulke woorden helpen je later een verschil herkennen.

Weeg minstens één gevormde kegel of meet de laagdikte van een stokje op vaste punten. Schrijf aantal exemplaren, gemiddeld gewicht en vormmethode op. Een nieuw recept vergelijken met veel grotere kegels geeft een oneerlijke brandtest.

Voor vormstappen gebruik je wierook kegels maken of wierookstokjes maken.

Maak drogen onderdeel van het recept

Noteer droogplek, ondergrond, starttijd en het gewicht van één gemarkeerd proefstuk. Schrijf minstens twee opeenvolgende metingen op. “Vijf dagen” zonder formaat en omstandigheden is voor een volgende batch nauwelijks bruikbaar.

Breek een extra teststuk open om de kern te controleren. Leg vast of binnen- en buitenkant gelijk waren. De volledige werkwijze staat bij wierook drogen.

Brandtesten is observeren, niet beoordelen met één cijfer

Gebruik een vaste, veilige opstelling: dezelfde passende houder, vergelijkbare ventilatie en één proefstuk per keer. Noteer hoe makkelijk het stuk ontsteekt, of de gloed doorloopt, waar het dooft, hoe de as zich houdt en of de rook scherp of opvallend zwaar wordt.

Een subjectieve geurnotitie mag erbij, maar schrijf eerst het mechanische resultaat. “Houtig, na tien minuten te zwaar” is nuttiger dan “8,5/10”. Een cijfer lijkt precies maar vertelt later niet wat je rook.

Stop bij irritatie of benauwdheid, doof veilig en ga naar frisse lucht. Een logboek maakt rook niet veilig en vervangt geen productinformatie.

Verander voor versie B één variabele

Kies na de test de waarschijnlijkste oorzaak. Was de kern vochtig, verleng dan alleen het drogen. Was de kegel te dicht, verander alleen vorm of aandrukken. Lijkt een hoog harsaandeel de gloed te remmen, wijzig alleen dat percentage en houd formaat en droogmethode gelijk.

Zet bovenaan versie B letterlijk: “Enige bewuste wijziging: …”. Ontdek je tijdens het maken dat ook de waterhoeveelheid sterk afwijkt, noteer dat eerlijk. Dan is het geen zuivere A/B-test meer, maar nog steeds bruikbare procesinformatie.

Herhaal een winnaar voordat je opschaalt

Maak een geslaagde formule nog één keer met dezelfde materialen en werkwijze. Vergelijk mengen, droogverlies en brandtest. Werkt de herhaling ook, schaal dan voorzichtig van tien naar twintig of vijftig gram.

Een grotere batch mengt en droogt niet automatisch hetzelfde. Houd daarom ook bij opschalen één controlegroep van het oorspronkelijke formaat. Bewaar een ongebrand referentiestuk met de batchcode.

Het minimale logblad

  1. Batchcode en datum.
  2. Ingrediënten, leverancier, percentage en gram.
  3. Water in gram en toevoegstappen.
  4. Deegwaarneming en vormmethode.
  5. Aantal, gewicht en afmetingen van proefstukken.
  6. Droogplek en gewichtsmetingen.
  7. Brandresultaat en doofpunt.
  8. Enige wijziging voor de volgende batch.

Meer administratie is alleen nuttig als je haar later gebruikt. Dit minimale logblad vangt de variabelen die bij zelf wierook maken het vaakst ongemerkt veranderen. Vul het tijdens het werk in, niet de volgende dag uit je hoofd.